Ongeveer 25% van de bevolking heeft last van allergie. De helft daarvan, dus 1 op de 8 mensen , heeft hooikoorts. Toch is bij de helft van deze mensen nooit een diagnose gesteld.

Allergische klachten kunnen erg lijken op verkoudheidsklachten. Allergie heeft een negatief effect op de kwaliteit van leven. Bekende klachten bij een allergie zijn onder andere een verstopte neus of juist een loopneus en jeukende rode ogen. Minder bekend is dat ook vermoeidheid, slecht slapen en concentratieproblemen een gevolg kunnen zijn van allergie. Om allergie succesvol te behandelen, is het belangrijk eerst een goede diagnose te stellen.

 

 

Gewoon verkouden of toch een allergie?
Doe de Allergie Risico Check!

Zet nu de eerste stap in het herkennen van allergie. Het invullen van de Allergie Risico Check kost u slechts twee minuten. Na het invullen krijgt u de uitslag van de test en een advies wat u met deze uitslag zou kunnen doen (indien gewenst) via email toegestuurd.

Doe de test


 

De diagnose

Een allergietest toont aan of er sprake is van allergie en zo ja, waar u allergisch voor bent. Een allergietest alleen is niet voldoende om de diagnose te stellen. De uitslag van de test moet altijd gekoppeld worden aan de anamnese (ziektegeschiedenis/klachtenpatroon) en eventueel aanvullend lichamelijk onderzoek.

 

De anamnese

Eén van de belangrijkste instrumenten die uw arts kan gebruiken om allergie vast te stellen is de anamnese. De anamnese is het verhaal dat u aan uw arts verteld. Wanneer heeft u klachten, is dat vooral ’s morgens of ‘s nachts? Waar heeft u klachten, binnen- of buitenshuis, op het werk of thuis? Zijn uw klachten gebonden aan een bepaald seizoen bijvoorbeeld het voorjaar of de zomer? Hoe lang heeft u al last en hoe ernstig zijn de klachten? Daarnaast wordt er ook gekeken naar familiaire belasting, komt allergie meer in uw familie voor en zo ja, bij wie?

Wanneer uw arts uit de anamnese aanleiding heeft om te denken aan allergie, zal er meestal aanvullend onderzoek gedaan worden in de vorm van een allergietest en/of lichamelijk onderzoek.

 

Lichamelijk onderzoek

Bij het lichamelijk onderzoek zal uw arts voornamelijk kijken naar de organen die een rol kunnen spelen bij allergie. Zo zal hij/zij kijken naar uw ogen (roodheid), neus (verstopt of loopneus) en uw huid (eczeem). Soms wordt er ook naar uw longen geluisterd.

Wanneer uw arts uit het lichamelijk onderzoek aanleiding heeft om te denken aan allergie, zal er meestal aanvullend onderzoek gedaan worden in de vorm van een allergietest.

 

Allergietest

Wanneer uw arts ervoor kiest een allergietest uit te voeren. Heeft hij/zij verschillende mogelijkheden. Uw arts kan kiezen voor een huidtest, een provocatietest en/of een bloedtest.

Skin Prick Test (SPT)

Bij deze huidpriktest wordt een druppel vloeistof op uw huid gelegd die een allergeen bevat, bijvoorbeeld graspollen of huisstofmijt, waar u misschien allergisch voor bent. Met een klein naaldje wordt een heel klein beetje vloeistof door de huid geprikt. Na een paar minuten kan er een bultje ontstaan en de huid kan jeuken en rood worden.

Met de huidpriktest, die op uw onderarm wordt uitgevoerd, wordt al na 15 minuten duidelijk en zichtbaar bevestigd waar u allergisch voor bent. Een negatieve uitslag van de test hoeft niet altijd te betekenen dat er geen sprake is van allergie. Het kan ook zo zijn dat u allergisch bent voor een stof waar u niet op bent getest.

Intracutaantest (ICT)

Bij een intracutaantest wordt een kleine hoeveelheid (0,1 ml) allergeenvloeistof met een dunne naald in uw huid gespoten. Meestal gebeurt dit op uw rug. De intracutaantest is iets gevoeliger en nauwkeuriger dan de Skin Prick Test (SPT). De reactie die ontstaat, is dezelfde als bij de SPT, een bultje, roodheid en jeuk van de huid. De reactie houdt over het algemeen langer aan dan bij de huidpriktest. Het onderzoek duurt ongeveer een half uur.

Epicutaantest (plakproeven)

Wanneer uw arts denkt dat er sprake kan zijn van een contactallergie, kan een plakproef gedaan worden. Bij dit onderzoek worden de “verdachte” allergenen op uw rug aangebracht met speciale pleisters. De stoffen moeten 48 uur contact houden met uw huid en daarna kunnen de pleisters worden verwijderd. Bij een reactie op de allergenen ontstaat op de bewuste plek roodheid, jeuk en soms zelfs blaren.

Provocatietest

Tijdens een provocatietest wordt de reactie van uw luchtwegen gemeten na het inademen van een prikkelende stof. Dit kan een allergeen zijn of een algemene prikkelende stof zoals histamine. Hierdoor kunnen verschillende klachten ontstaan zoals benauwdheid of hoesten, tranende ogen, een loopneus en niezen.

Bloedtest

Allergie kan ook worden vastgesteld met een bepaling van een soort eiwitten in het bloed, het IgE. Een oude benaming voor deze test is RAST-test. De huidige test heet ImmunoCap. De test toont specifiek IgE antilichamen aan in uw bloed tegen de allergenen waarvoor u allergisch bent. Er wordt een buisje bloed bij u afgenomen bij de huisarts of bij een prikpost, dat vervolgens wordt geanalyseerd in een (ziekenhuis)laboratorium. De uitslag van de bloedtest kan worden weergegeven in verschillende vormen: in ‘plusjes’, in klasse of in een getal. Een weergave in een getal is het meest nauwkeurig en wordt tegenwoordig steeds meer toegepast.

Laatst bijgewerkt: 20 mei 2016